Ik ontmoet Theo Meeuwissen van het Geldersch landschap & Kasteelen (GLK) online en complimenteer hem met z’n mooie achtergrond in Teams. ‘Ha ja’, lacht hij, ‘dat is ons kantoor, ik werk thuis maar zo ben ik er toch een beetje.’ Wat een prachtig gebouw, is dat in Arnhem? ‘Ja, aan de Zypendaalsweg, ken je dat? Audrey Hepburn heeft hier een tijdje gewoond, waardoor er regelmatig bussen met toeristen voor de deur staan voor een foto.’
Onze doelen zijn leidend, daar mogen mensen ons op aanspreken
Ondertussen vertel ik Theo dat ik ter voorbereiding op dit gesprek een interview met hem las waarin het ging over data en modellen en dat je daar niet als eerste over nadenkt bij een landschaps-organisatie. ‘Klopt ja, dat hoort er zeker ook bij en we komen er door deze techniek nu achter dat onze bezoekersaantallen veel hoger zijn dan we dachten. De inschatting was dat dit getal rond de 11 miljoen bezoekers per jaar lag voor al onze gebieden, maar nu blijkt, met gebruik van big data, dat het soms per locatie al om miljoenen bezoeken gaat. Als je weet dat er 2,2 miljoenen Gelderlanders zijn, dan zijn dit toch getallen, waarbij je je niks kan voorstellen.’
Nou zeg dat wel, is dat ook een onderwerp tijdens je bijdrage aan het Monumentenfestival?
‘Ha, geen idee nog waar ik het over ga hebben’, lacht Theo en ook ik kan m’n lachen niet inhouden, ‘haha, ik heb wel wat ideetjes hoor. Frank (Klement) vroeg me dit te doen met het idee om het over exploitatie te hebben. Frank en ik hebben in het verleden veel samengewerkt. Vooral in Noord-Nederland, toen ik bij het Ministerie van Landbouw werkte en heel actief was rondom nieuwe landgoederen. Ik zat dicht bij het vuur en eind jaren 80, 1988 om precies te zijn, had je een regeling die eigenlijk een voorloper was van de landbouwtransitie waar we nu inzitten, maar toen was de aanleiding de overproductie. Hiervoor kwam vanuit Europa een regeling voor tijdelijke uitgebruikneming (“Set aside regeling”) van bouwland, eventueel gecombineerd met regelingen voor het aanleggen van (tijdelijk) bos. Dat ging toen ook over het stimuleren van snelgroeiende boomsoorten ter verhoging van de zelfvoorzieningsgraad van hout, dat kun je je nu bijna niet meer voorstellen. Ik had vanuit het ministerie contacten met grotere landbouwbedrijven, die nadachten over omschakeling naar permanent bos in combinatie met landgoedontwikkeling toen ik Frank leerde kennen. Een echte ondernemer, die geïnteresseerd was in de uitvoering daarvan. We hebben veel projecten gedaan, waarbij de grootste er één was bij een akkerbouwbedrijf in Klazienaveen van wel 1000 hectares. Dat is helemaal omgevormd naar een landgoed en heet nu Scholtenzathe, waar Frank ook nog tijdelijk directeur is geweest.’
Klinkt als een mooie tijd
‘Ja, we hadden toen veel contact en hebben veel leuke dingen gedaan. En niet onbelangrijk, vreselijke lol gehad. Ja echt leuk die wederzijdse klik. En nog niet zo lang geleden zijn ze met hun bedrijf Klement Rentmeesters bij ons (GLK) langs geweest op Kasteel Rosendael, waar ik verantwoordelijk voor de exploitatie ben. Ik was er zelf helaas niet, maar we hebben wel een mooi programma voor ze gemaakt.’
Kun je iets meer vertellen wat je bedoelt met de term exploitatie waar je het in jouw verhaal over wil gaan hebben?
‘Wij zijn een particuliere organisatie, dus exploitatie is een belangrijk onderwerp voor ons. Ter vergelijk, Natuurmonumenten is een vereniging en Staatsbosbeheer een organisatie met een wettelijke taak om het Rijksbeleid uit te voeren. Wij zijn opgericht door particulieren (Stichting het Geldersch Landschap in 1929 en hadden met de oprichting van stichting Vrienden de Geldersche Kasteelen in 1940 vlak voor de oorlog al de belangrijke opdracht om verval van het Gelders erfgoed te voorkomen. Op dit moment is het veel meer dat wij met onze bezittingen en posities een bijdrage willen leveren aan de ontwikkelingen in het landelijk gebied. Daarmee vervullen we met ons erfgoed ook een brugfunctie tussen natuurbeheer en de agrarische bestemming van veel van onze gebieden.’
Is dat lastig, die brugfunctie?
‘Hoe het zit in de politiek hoef ik je niet uit te leggen, we staan voor enorme opgaven in het landelijk gebied. Die omschakeling van landbouw naar landgoed vanwege overproductie, die ik net schetste was een voorloper daarvan. Maar je ziet nu dat de problemen eigenlijk veel erger en complexer geworden zijn, omdat we alles voor ons uitgeschoven hebben. Toen al hadden we verontreiniging, ziektes en plagen, je kunt het niet bedenken, maar in de afgelopen veertig jaar hebben we zoveel laten gebeuren, dat inmiddels alles vervlochten is, Alles heeft met elkaar te maken, water, stikstof, klimaat, landbouw, woningbouw, waardoor je dingen niet meer afzonderlijk kunt aanpakken.’
Zie je verandering?
Door die stikstof uitspraak van de Raad van State in 2019 leek er een enorme versnelling aan te komen, maar we zijn alweer 6 jaar verder en we maken alleen maar plannen. De oplossing lijkt steeds verder van ons af te komen liggen. Als GLK willen wij met voorbeelden laten zien dat je wel degelijk ook je positieve bijdrage hieraan kunt leveren. En dan kun je soms gebruik maken van Rijks- en provinciale regelingen, maar het moet ook uit je eigen exploitatie komen.
Wij faciliteren op diverse plaatsen onze pachters ook in hun transitie met kennis, grond en ons netwerk. We hebben relaties met particuliere grondbezitters, met de grote natuurbeheerders en spreken ook met het Gelders Landbouwcollectief om te kijken wat we samen kunnen doen.
Wat is jullie doel dan, want soms conflicteren de belangen?
Onze statutaire doelen zijn ons vertrekpunt, we willen ensembles in stand houden die kenmerkend zijn voor Gelderland. Dat is misschien een moeilijk woord, maar het gaat om ensembles van gebouwen, het landschap waar het deel van uitmaakt, het gebruik, de spullen in de gebouwen, maar ook de sociale cohesie die daar van oudsher was. Mooie voorbeelden daarvan zijn de landgoederen waar mensen samen woonden en werkten. Het draait om het thuisgevoel, dat in deze tijd zo ontbreekt. Grenzen vervagen op alle vlakken, alles is in beweging en mensen zijn op zoek naar een bepaalde geworteldheid, plekken waar ze zich in plaats en tijd kunnen oriënteren. Mensen die er altijd al woonden, maar ook nieuwe bewoners willen wij dat thuisgevoel geven. Dat klinkt mooi, maar dan heb je wel geld nodig. Die exploitatie moet goed zijn en met alleen subsidieregelingen kom je er niet. Als je alleen al ziet hoeveel die steeds veranderen, daar kun je niet op bouwen. Daar wil ik het op het Monumentenfestival over hebben.’
Kun je nog even kort vertellen hoe jullie dat doen?
‘Kijk de essentie is dat al onze bezittingen baten/voordelen voortbrengen. We leggen koolstof vast, maar het gaat ook over waterberging, schoon water, een fijne leefomgeving, hout uit bossen, biodiversiteit, noem maar op. Wij exploiteren alleen delen van ons bezit waar de exploitatie niet ten koste gaat van de kwaliteit daarvan. Bovendien gaan de inkomsten weer terug in verbetering van het bezit. Dat is de cyclus waar we inzitten. We kijken hoe we de baten die er door onze inspanningen zijn en waar anderen voor hun exploitatie (vaak) ruimhartig gebruik van maken, om kunnen zetten in euro’s . Dat is een zoektocht, waarbij we soms keiharde grenzen trekken. We doen niet mee aan greenwashing en gaan niet iets verkopen wat er al is. Bijvoorbeeld een bijdrage aan een boom die er al staat ten behoeve van CO2 compensatie. Men kan wel zaken met ons doen als er nieuwe natuur bijkomt. Zo hebben we bijvoorbeeld onlangs ook besloten geen gebouwen toe te voegen aan een enorm kwetsbare plek in een beekdal, waar dat op grond van het volume wat we weghalen wel terug had mogen komen. Dan zijn onze doelen leidend, daar kunnen mensen ons op aanspreken.’
Het draait om het thuisgevoel